De lange geschiedenis achter een simpel kaartspel

Een pak speelkaarten ligt in veel Nederlandse huishoudens ergens in een la of kast. Soms komt het tevoorschijn voor een potje pesten op vakantie, soms voor een avond klaverjassen aan tafel en voor anderen draait het om bridge, waarbij nadenken en samenspel een grote rol spelen. Wat opvalt, is hoe vanzelfsprekend kaarten onderdeel zijn geworden van het dagelijks leven. Toch gaat achter dat bekende stapeltje karton een geschiedenis schuil die eeuwen teruggaat en langs verschillende landen en culturen loopt. Wie daar even bij stilstaat, kijkt toch net anders naar schoppen, harten, ruiten en klaveren.

De lange geschiedenis achter een simpel kaartspel

Van oude papieren spellen naar de Nederlandse kaarttafel

De oorsprong van speelkaarten ligt waarschijnlijk in China. Daar werd al vroeg gespeeld met papieren kaarten, nadat papier zelf zijn intrede had gedaan. Historische verwijzingen naar kaartachtige spellen gaan terug tot de Tang-dynastie. Vanuit Azië verspreidde het spelidee zich langzaam richting het Midden-Oosten en later naar Europa.

In Europa doken speelkaarten in de veertiende eeuw steeds vaker op. Niet overal waren ze welkom. Verschillende steden stelden verboden in, omdat kaartspellen werden gekoppeld aan gokken en tijdverspilling. Toch liet het spel zich niet tegenhouden. Met de opkomst van druktechnieken werden kaarten goedkoper om te maken en daardoor bereikbaarder voor een groter publiek. Ook in de Lage Landen werden kaartspellen steeds populairder. De oudste vermelding van speelkaarten in deze regio dateert uit 1379.

Waarom een kaartspel eruitziet zoals het eruitziet

Het moderne kaartspel zoals veel Nederlanders dat kennen, heeft een Franse basis. De symbolen schoppen, harten, ruiten en klaveren werden in Frankrijk gestandaardiseerd en verspreidden zich later over grote delen van Europa. Daarvoor gebruikten andere landen symbolen als bekers, zwaarden, munten en stokken. De Franse indeling bleek praktisch, duidelijk en eenvoudig te drukken, waardoor die vorm bleef hangen.

Ook de opbouw van een spel kaarten is opvallend vertrouwd. Vier soorten, dertien kaarten per soort en bekende figuren zoals heer, vrouw en boer. In Nederland hebben speelkaarten bovendien vaak herkenbare details. Op de azen staan geregeld afbeeldingen van bekende gebouwen of stadsgezichten. Dat geeft een standaard kaartspel toch een eigen Nederlands karakter.

Meer dan een spelletje voor tussendoor

Kaartspellen zijn in Nederland diep verweven met tradities. Klaverjassen hoort bij veel families, pesten blijft populair bij jong en oud en bridge heeft hier al bijna een eeuw een vaste plek. Rond 1930 ontstond zelfs een ware bridgegolf in Nederland, waarna de Nederlandse Bridge Bond werd opgericht om spelregels en puntentelling te ordenen. Bridge groeide uit tot een spel waarin geluk een rol speelt, maar inzicht, geheugen en samenwerking minstens zo belangrijk zijn.

Dat maakt kaartspellen bijzonder. Je kunt ze luchtig spelen met een kop koffie erbij, maar je kunt er ook volledig in opgaan. Een simpel kaartspel blijkt vaak een combinatie van geschiedenis, traditie en tactiek. Misschien is dat precies waarom het al zoveel generaties meegaat.

Een spel dat blijft liggen en steeds weer terugkomt

Sommige vormen van ontspanning verdwijnen na een paar jaar naar de achtergrond. Speelkaarten doen dat niet. Ze blijven terugkomen op verjaardagen, vakanties, clubavonden en aan de keukentafel. Niet omdat ze ingewikkeld zijn, maar juist omdat iedereen er snel in mee kan gaan. Een pak kaarten vraagt weinig, maar biedt telkens iets anders. Soms draait het om geluk, soms om slim spelen en soms vooral om samen aan tafel zitten. Juist daarin schuilt de blijvende aantrekkingskracht van een van de oudste spellen die nog altijd gewoon wordt gespeeld.

Alle blogcategorieën
Best bekeken